Terug naar 'de
beagle'
U kent vast wel het bekende jargon
- alfa-hond, roedelleider, dominant. Het is de 'moderne' manier om met honden
om te gaan alsof de hond een wolf-in-hondenhuid is - steeds proberen de macht
over te nemen; overheersen. Maar dat doen ze niet ! Niet alleen beschadigt deze
houding onze relatie met honden, het is gebaseerd op een onjuiste overtuiging.
Allereerst, honden zijn geen wolven. Honden zijn honden. Ten tweede zijn veel populaire gedachten over wolvengedrag onjuist en misleidend. Zelfs al geloof je in het idee dat honden hetzelfde gedrag vertonen als wolven, gedragen wolven zich niet zoals men je wilt laten geloven. Wolven zijn van nature niet dominant. Ze proberen evenmin de macht over te nemen.
Dit is het probleem: studies naar wolvengedrag zijn grotendeels gebaseerd op populaties in gevangenschap, niet op natuurlijke populaties in het wild. Zijn er dan verschillen? Absoluut. Is dat van belang voor ons begrip van honden gedrag? Zeer zeker.
In het wild zijn wolvenmeutes meestal een familie die bestaat uit een ouderpaar en hun nakomelingen van de afgelopen 1 tot 3 jaar. Vergelijkbaar als bij mensen verlaten de nakomelingen de meute als ze volwassen zijn om een eigen familie te stichten. Een meute met verschillende volwassen reuen en teven van dezelfde leeftijd zal zelden of nooit in het wild gevonden worden. Maar dat is wel de samenstelling van een meute in gevangenschap waar veel hondentrainers en gedragsdeskundigen hun theorieën over dominantie aan ontlenen. Deze theorieën zijn net zo onnatuurlijk als de leefomgeving van deze wolven.
Zoals de bioloog David Mech schrijft: "pogingen om de informatie over het gedrag van samengestelde en niet verwante wolven te vertalen naar de familiare structuur van natuurlijke roedels heeft geresulteerd in aanzienlijke verwarring. Dergelijke pogingen zijn analoog aan de pogingen om een verband te schetsen tussen de wisselwerken bij dynamisch menselijke relaties en studies van mensen in vluchtelingenkampen. Het concept van een alfa wolf als de "tophond" die een groep van soortgenoten van gelijke leeftijd aanvoert is misleidend.
Het idee dat de volwassen hond constant wedijvert voor de controle over de familie - en dat alle interactie berekend is op het bereiken van een hogere status - is onjuist. Het probleem? Eenvoudig: dominantie theorieën conflicteren met ons plezier in de omgang met de hond en beschadigen onze verhouding met hem.
Als je overtuigd bent dat de hond steeds op zoek is naar een zwakke plek in je leiderschap, kun je je dan nog wel ontspannen met hem? Kun je plezier beleven aan een hond waarvan je denkt dat hij constant op zoek is naar de kleinste gelegenheid om je gezag te ondermijnen? Is dat de basis voor een vertrouwensrelatie met hem? Nee, dat denken wij ook niet. Laten we dus eens opzoek gaan naar de waarheid over dominantie.
De sociale hiërarchie
Bestaat er dan niet iets als een "dominante" hond? Ja, zeker wel.
Tussen honden kan er een sociale hiërarchie bestaan. Maar die is niet relevant
in de relatie tussen ons en onze honden. Sociale dominantie bestaat niet tussen
verschillende soorten. Wij zijn geen honden en onze honden kennen ons. Honden
kunnen prima overweg met mensen omdat we niet verwikkeld zijn in een sociale
machtsstrijd. Waarom zouden we?
Welke voordeel haalt een hond uit het domineren van zijn eigenaar? Wat kan hij extra krijgen dat hij al niet heeft? Je voedt hem, geeft hem huisvesting; borstelt hem; zorgt voor hem. Je neemt hem mee, geeft speeltjes, ligplaatsen en alle comfort van jouw huis. Je gaat met hem lopen op verzoek en aait hem als hij er om vraagt. Wat mist hieraan? Wil je hond het spek (of het wild) thuisbrengen? Wil hij de autosleuteltjes? Natuurlijk niet.
Maar er is mij verteld dat mijn hond dominant is!
Waarschijnlijker is je hond opdringerig - en jij hebt die opdringerigheid versterkt.
Honden zijn opportunisten en jouw hond is een opportunist die geleerd heeft
hoe hij kan krijgen wat hij wil. Het is eenvoudig dit gedrag om te buigen -
ogenschijnlijk in tegenspraak, zonder confrontatie en zonder hem te domineren.
De regels van de roedel
Wacht, er is meer. De familie, of de roedel, heeft gedragsregels. En deze regels
gelden voor iedereen, ongeacht de soort. Honden leren deze regels al in een
vroeg stadium - vanaf een paar weken oud van nestgenoten, moeder en andere volwassen
honden. En een van die regels is, dat als een regel wordt gebroken er consequenties
volgen. Dit is een goede regel. Het stelt ons in staat om onze honden te leren
wat goed en wat fout is. De keerzijde is dat onze honden van ons verwachten
dat wij goed en fout ook begrijpen vanuit hun gezichtspunt. Het is deze regel
die vaak voor misverstanden zorgt tussen honden en mensen.
De hond gaat er vanuit dat iedereen dezelfde regels begrijpt en naleeft - van het kleinste kind tot de oudste hond. Verzekerd van deze overtuiging, zal de hond - als iemand de regels doorbreekt - reageren als .... ja, een hond. Vaak wordt dit geïnterpreteerd door mensen als dominant gedrag; maar hij is gewoon een hond.
Bekijk dit beeld nu eens door de ogen van de hond: het meest bespoken probleem waarop actie moet volgen is de "eigendomsrecht"-regel. Deze stelt: als het bij of in mijn mond zit, is het van mij. Is het dan vreemd dat als een hond aan het eten is en iemand probeert hem dat met kracht te ontnemen of herhaaldelijk zijn eten weghaalt, dat hij dan gromt?
Schenden van de regel van "eigendomsrecht"
wordt beloond met een grauw, snauw, hap of zelfs bijten. Dit wordt verkeerd
geïnterpreteerd als dominantie, of zelfs valsheid, terwijl de hond alleen
de regel benadrukt - de regel die de indringer schendt. Zijn snauw is de consequentie
van het schenden van een regel. Door de regels te respecteren die het sociaal
gedrag van de hond beheersen kun je het gedrag van de hond bij de interactie
met de familieleden beter begrijpen. (Dit betekent niet dat je nooit aan de
bak van de hond zou mogen komen of iets van hem zou mogen afpakken. Begrip van
de regels betekent dat je zelf ook correct gedrag vertoont.)
Bron : Gail Fisher