Terug naar 'de beagle'


Gezonde voeding


Gezondheid en welzijn van de hond worden hoofdzakelijk bepaald door een juiste voeding. De hond is van u als eigenaar afhankelijk voor zijn voer. Zorg er daarom voor dat uw de hond een gezonde maar vooral uitgebalanceerde voeding geeft. Afgestemt op de spijsvertering van een hond. Wat goed voor u is, is nog niet altijd goed voor de hond. Sommige menselijke lekkernijen zijn schadelijk voor hem, of kunnen hem zelfs fataal worden.

Neem nooit risico's met voer. Denkt u dat uw hond het 'niet lekker doet' op een bepaald voer, probeer in overleg met uw fokker en/of dierenarts een ander voer.

Ga nooit zo maar experimenteren en laat u vooral het hoofd niet op hol brengen door fantastische verhalen over alternatieve voeding, of veelbelovende additieven of voedingsupplementen.


Voer uw hond gezond, ook een kwestie van zorgvuldig afwegen

Het dilemma van 'wat zal ik hem geven en hoeveel' begint al op het moment dat u besloten heeft een hond te nemen. Een pup moet eten, maar wat? En hoeveel? Misschien heeft u al met honden eigenaren gesproken, de fokker, de uitbater van de plaatselijke dierenspeciaalwinkel. Zeer waarschijnlijk heeft u van ieder van deze mensen een ander verhaal gehoord. Wat de een goed vind, wordt door een ander juist ontkent.

Maar misschien heeft u wel heel internet afgezocht, bent u op onderzoek gegaan wat er zoal in de handel is en heeft u zich georienteerd in hondenbladen. Het aanbod is gigantisch en allemaal beloven ze u dat het product dat zij aanprijzen toch absoluut het beste is. Misschien heeft u bij het doen van de weekboodschappen al stieken in de schappen van het honden-en kattenvoer staan gluren. De soms cryptische opschriften op de glimmende zakken en blikken gelezen.

Wat moet je er mee? Wat is nu het beste voor mijn hond? Want dat toch is wat u wilt. Het beste voor uw hond. Maar die keuze wordt u niet eenvoudig gemaakt. Of toch wel?

Het belang van voeding, de hoeveelheid en wat u absoluut nooit moet geven lijkt misschien een onoplosbaar probleem. Maar eigenlijk is het heel eenvoudig uw hond een goede, verantwoorde voeding te geven zonder weegschaaltje, maatbekertje of ingewikkelde kookboeken. Wij geven u een aantal belangrijke tips voor een optimale voeding :

Kleine pupjes....
groeien en spelen vraagt energie

Kleine pupjes worden grote pupjes, worden jonge honden, worden volwassen honden. Althans dat is de bedoeling. Groeien doet de pup vanzelf, maar hoe hij groeit en of er zich tijdens die groei complicaties voordoen is afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het voer dat u hem geeft. De meeste pups eten alles, maar het is uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat wat hij eet ook dat bevat wat hij nodig heeft

De eerste weken wordt de pup gevoed door zijn moeder met moedermelk. Dat bevat alles, inclusief anti-stoffen, die een pup nodig heeft. Vanaf een week of 3 zal de fokker gaan bijvoeren en zal de pup steeds minder bij de moeder drinken. We noemen dat afspenen. Dit afspenen heeft ook een opvoedingskundige kant. OP een leeftijd van 6 weken zullen de meeste pups volledig op puppyvoer leven en alleen zo nu en dan nog 'snacken' bij de moeder. De hoeveelheid voer per kilo lichaamsgewicht dat een pup nodig heeft t.o.v. een volwassenhond is veel groter. Maar omdat de pup een kleine maag heeft zal de fokker de voeding over meerdere maaltijden per dag verspreiden.

Een pup heeft relatief veel voer nodig, maar veel voeren is iets anders dan goed voeren. Veel voeren lijdt misschien wel tot een snelle groei maar niet noodzakenlijkerwijs tot een goede groei. Dat geldt in nog sterker mate voor de samenstelling van het voer. Een onjuiste samenstelling van het voer zorgt ervoor dat de pup van de ene stof meer krijgt dan noodzakelijk terwijl hij van andere stoffen te weinig kan krijgen. De kwaliteit van voer is belangrijker dan de kwantiteit

Compleet puppy voer bevat alle noodzakenlijke bouwstenen voor de pup en bovenal in de juiste verhoudingen. Te veel aan bepaalde mineralen kan zich bijvoorbeeld al snel openbaren maar andere nadelinge effecten kunnen schade aan de ontwikkeling van botten en organen veroorzaken die zich niet direct openbaren. Doordat zich bij de opbouw van het lichaam onregelmatigheden voordoen is dat op latere leeftijd moeilijk tot niet meer te corrigeren. In sommige gevallen kan die schade permanent zijn. Ga dus nooit experimenten met voeding van een pup en wijzig deze alleen op advies van een dierenarts.

Van tafel mee eten


Heel veel eigenaren kunnen de smachtende ogen van hun pup niet weerstaan en geven hem iets "lekkers" van tafel. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar denk na over wat u hem geeft. Heeft u kinderen, prent hen dan ook in dat niet alle mensen eten geschikt is voor honden. Dit geldt ook voor de tafelrestjes. Zeker bij een pup zou de stelregel moeten zijn: nooit iets van tafel. Niet voor het eten, niet tijdens het eten, niet na het eten.

Ook afkluivertjes, zoals botjes e.a., mogen nooit aan de hond gegeven te worden. Er bestaat altijd het gevaar van afsplinteren van scherpe stukjes of doorslikken daarvan. De voedingwaarde is nihil en een maag of darmperforatie is evenmin in het voordeel van uw pup. Ook schade aan het gebit zijn niet denkbeeldig. Beperk u tot de noodzakelijke, echte puppy, maaltijden. Hij heeft ze hard nodig.

Hoeveelheid en aantal maaltijden


Hoeveel voer u aan de pup moet geven en hoe vaak wordt in eerste bepaald door het voedingsschema van de fokker. Hou u hieraan de eerste weken.
Tot ongeveer een leeftijd van 3 maanden verdeelt u de voeding over 3 maaltijden, daarna kunt u volstaan met 2 maaltijden en op een leeftijd van 12 maanden kan de hond op 1 maaltijd per dag gezet worden. Dit zijn uiteraard gemiddelden. Een energieke hond die heel veel beweging heeft kan soms beter wat langer op meerdere maaltijden per dag gehouden worden. De hoeveelheid is sterk afhankelijk van leeftijd, gewicht, beweging en de individuele spijsvertering. Hou er rekening mee dat Beagles over het algemeen verzot op eten zijn en schijnbaar nooit genoeg hebben. Laat eten ook nooit staan. Geeft de hond maximaal 15 to 20 minuten om zijn bak leef te eten, haal daarna de bak weg. Zorg er altijd wel voor dat er voldoende schoondrinkwater staat.

Ga niet af op de aanbevolen hoeveelheid die op de verpakking vermeldt staat. Dat is een richtlijn voor de gemiddelde hond, en die loopt niet bij u over de vloer. "Voer met je ogen" is een veelgehoorde kreet als je met ervaren hondeneigenaren praat; en het is absoluut waar. Een pup mag iets molliger zijn dan een volwassenhond, maar een tonnetje op pootjes krijgt echt te veel. De lendenen moeten net zichtbaar zijn, terwijl de ribben wel voelbaar maar net niet zichtbaar mogen zijn. Dat kan dus betekenen dat u veel meer moet geven dan op het pak staat, maar ook dat u juist minder moet geven.

Als goed gemiddelde vinden wij :

3 x 50 gr droog voeding tot 3 maanden

2 x 120 gr droog voeding tot 6 maand

2 x 125 gr droog voeding vanaf 6 maand

Criteria


Puppyvoeding behoort aan de volgende criteria te voldoen

Puppyvoer behoort van een hoogwaardige kwaliteit te zijn, zodat de pup ook uit kleine porties voldoende voedingsstoffen kan opnemen.

Puppyvoer behoort licht verteerbaar te zijn, om een zo hoog mogelijke voedingswaarde te garanderen.

Puppyvoer moet uitgebalanceerd zijn, d.w.z. alle noodzakenljke bouwstoffen in optimale verhouding te bevatten

De pup moet het voer ook lekker vinden. Slecht eten omdat de pup het voer niet 'lust' kan zeer nadeling zijn voor de ontwikkeling van de pup en leiden tot gezondheidsproblemen op latere leeftijd.

Bij een normale en gezonde pup zijn additieven (aanvullingen) op het puppyvoer volstrekt overbodig en kunnen zelfs schadelijk zijn. Beperk ook het aantal snoepjes en andere tussendoortjes; de voedingswaarde hiervan is minimaal maar vult wel de maag. De pup kan daardoor minder gaan eten dan noodzakelijk.

Soms is een aanvulling noodzakelijk, maar beslis dat nooit zomaar, doe dat altijd in overleg met uw fokker en/of dierenarts.

Overleg met uw fokker welk voer en voedingsschema de pup gewent is. In veel gevallen zult u voor de eerste dagen voer van de fokker meekrijgen. Verander dit niet gedurende de eerste weken. Laat de pup eerst aan uw leefomstandigheden en regels wennen.

Sommige pups krijgen direct na vertrek uit het nest diarree. Oorzaak is veelal scheiding van de moeder en nestgenoten of de nieuwe omgeving.